
Het Carnaval van La Louvière: een Gille. De Gille, het symbool bij uitstek van de streek, is in de eerste plaats de vaandeldrager van een oude traditie en van een folklore die springlevend is. (Vereniging van de "Gilles de Bouvy", foto CRS)
La Louvière heeft vandaag het aanzien van een toekomstgerichte handels- en industriestad. Met haar 80.000 inwoners is zij de hoofdstad van het Centre, een regio waar folklore, erfgoed en tradities hoog in het vaandel worden gedragen. La Louvière ligt tussen Bergen en Charleroi, zo'n 50 kilometer ten zuiden van Brussel.
Het verleden van La Louvière stond volledig in het teken van industrie en mijnbouw. Economische reconversie drong zich dan ook op. Momenteel vinden stad en streek hun tweede adem door de uitbouw van dynamische industrieparken waarbij het accent op spitstechnologie ligt. Anderzijds worden er ook nieuwe klemtonen gelegd, met name toerisme en cultuur.
De sterke industriële achtergrond van La Louvière en het feit dat de gemeente recent - in 1869 - werd opgericht, mogen ons niet uit het oog doen verliezen dat de stad een rijke geschiedenis kent. Deze hangt nauw samen met een van haar huidige deelgemeenten: Saint-Vaast. De naam Saint-Vaast verwijst naar de bisschop die omstreeks 500 de streek langs oevers van de Haine kerstende. In 1157 wordt er voor het eerst melding gemaakt van een leenheer van Saint-Vaast die bezittingen van zijn leengoed aan de abdij van Aulne schenkt.
Zoals bijna overal elders in de provincie Henegouwen leefden de lokale bevolkingen eeuwenlang van land- en mijnbouw. Met de oprichting van bedrijven gespecialiseerd in mijnontginning, zoals de "Société du Charbonnage de La Louvière" in 1735, kende de regio een grote economische bloei die nog zou toenemen tijdens de industriële revolutie. De ontginning werd gemechaniseerd en men ging steeds dieper graven. Op de duur waren er zoveel galerijen en mijnschachten in de ondergrond dat de eerste kerk van de stad wankelde op haar grondvesten en moest worden afgebroken.

La Louvière, 1851. De Saint-Barbe-koolmijn in Paix. Samen met de mijn van Saint-Hubert waren dit de eerste cokesovens in het Centre. (Prent van Fernand Liénaux)
Twee andere activiteiten hebben ook een rol gespeeld in de plaatselijke welvaart: de aardewerk- en de staalindustrie. Samen met de koolmijnen hebben zij voor een toevloed aan emigranten van over de hele wereld gezorgd. En hoewel het hard werken was, wist men zich ook flink te vermaken en het is binnen deze context dat in 1850 het Carnaval van La Louvière ontstaat.
Wenst u meer informatie over de stad La Louvière? Breng dan een bezoekje aan haar website.

De carnavalsaffiche van 1906. Al heel snel erkende het stadsbestuur de rijkdom van het patrimonium van de Laetare-folklore en de noodzaak om het op een doordachte manier te promoten met het oog op het imago van het jonge La Louvière. (Gemeentearchief)
Download MP3 versie van het deuntje van "Mitant des Camps"
Contact: webmaster@laetare.be © 2000 Comité du Retour aux Sources, La Louvière.
Reproductie of verspreiding van informatie op deze pagina's
- in welke vorm of langs welke weg ook - is strikt verboden zonder de voorafgaande, schriftelijke toestemming van de sitebeheerder.